Consuminderen 2 – Tante Lena

1De moeder van mijn vader heb ik nooit gekend. Zij is gestorven toen ik nog heel klein was, of zelfs er voor. Haar zus Lena is daarentegen heel oud geworden. Om precies te zijn 98. Voor ons, mijn vier broers en twee zussen, was zij onze ‘vervangoma’. Hoewel eigenlijk oudtante, was zij voor ons tante Lena, maar meestal zeiden we gewoon ‘tante’ en dan wist iedereen om wie het ging. Zij hielp mijn moeder vaak. En ik ging er graag logeren.

Tante Lena was geboren in 1898. Wij scheelden dus 63 jaar. Toen zij 16 was begon de eerste wereldoorlog, toen zij 42 was de tweede. Zij kwam uit een andere tijd, die van haar verleden, maar voor mij uit de geschiedenis. En daar kon ze veel over vertellen.

Bij tante logeren betekende afzien van elke luxe. Geen televisie of schetterende radio. Ze nam me overdag mee naar de treinen. Daar was ik gek op. En als het donker werd ging boven tafel het licht aan. Alleen boven tafel, in de achterkamer. Want daar was het warm. En daar was achter een gordijntje het logeerbed omhooggeklapt. Er was geen douche, dus je moest je gewoon ouderwets wassen. Toch was ik er graag. Als de lamp aan ging, gingen we ‘vlooien’; het ouderwetse vlooienspel. Of patiencen. En wat nóg leuker was: een bordspel van vlak na de oorlog. Dan passeerde je met je pion allerelei kenmerkende gebeurtenissen of artefacten uit WO II en daar ging ze dan ook over vertellen, want ik wilde alles weten. Hoe het was.

Ik was tevreden. En ik denk er met veel warmte en gemis aan terug. De beslotenheid van de achterkamer, de speeldoos in een karaf, de spelletjes en de verhalen, de warmte van de gaskachel. Meer heb je eigenlijk niet nodig.

1 antwoord

Reageer

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *